Ik zou het liefst terug willen gaan naar de tijd van voor
2001. We leken toen te leven in een klein en tolerant paradijs. Natuurlijk wisten
we uit allerlei statistieken en gesprekken, dat er ook onderhuids racisme was en
discriminatie op de arbeidsmarkt. Maar het werd niet van de daken geschreeuwd en
er werd geluisterd naar mensen die een vreemdelingvriendelijke boodschap hadden.
En er werd met meer inzet dan waar ook in andere Europese landen gewerkt aan de integratie
van nieuwkomers en van mensen die hier al langer waren, maar niet volwaardig konden
deelnemen aan de samenleving. Bijvoorbeeld omdat ze de taal niet spraken, maar wel
moesten zoeken naar een baan of hun kinderen op school moesten helpen.
Het is me bekend dat er best veel mensen in Nederland
waren die een vreemdelingvriendelijke boodschap niet wilden horen en die er het zwijgen
toe deden, althans in het openbaar. Ook dat er best veel mensen waren die al die
aandacht voor de ëbuitenlandersí onnodig vonden of zelfs verkeerd 3 er waren toch
ook heel veel Nederlandse mensen die het moeilijk hadden, zeker in de oude arbeiderswijken.
Maar deze onderstroom kwam niet met volle hevigheid aan de oppervlakte. Er was geen
politicus met voldoende charisma om de onderstroom politiek te mobiliseren. Er waren
ook geen boodschappers die konden vertellen waarom vreemdelingvriendelijkheid verkeerd
was. En er was heel weinig aandacht voor het bestuurlijke gehannes en het professionele
onvermogen bij heel veel goedbedoelde integratieprojecten. Op dat punt was ik een
van de weinige roependen in de woestijn.
Dat was dus voor 2001. Maar in 2001 hebben we een fundamentele
omslag beleefd. Het begon met de boodschap van Paul Scheffer in de NRC dat alle goedbedoelde
vreemdelingvriendelijkheid helemaal verkeerd was, althans zo kon men zijn boodschap
opvatten. Daarna boorden zich een aantal terroristen in naam van de profeet in de
Twin Towers. In die tijd ook kregen de leidende partijen van Paars een leiderschapsprobleem.
Wim Kok, die bijna functioneerde als onze paarse vader, had zijn vertrek uit de actieve
politiek bekend gemaakt en wees de weinig aansprekende Ad Melkert aan als zijn opvolger.
De VVD had in Hans Dijkstal ook geen aansprekende leider. En Pim Fortuyn schoot naar
voren. Hij bracht een boodschap die anders luidde, maar door velen wel zo verstaan
werd: paars is een puinhoop, de integratie heeft gefaald en de moslims of de buitenlanders
zijn de schuld. Hij zei wat wij dachten, dat heb ik sindsdien heel vaak gehoord.
De onderstroom vond een weg naar buiten en werd min of meer gemeengoed. Nu, vijf
jaar later, heeft Motivaction opnames gemaakt van wat naar buiten is gekomen, en
dat is een vieze aap uit een vuile mouw: 10% zonder meer racistisch, 25% duidelijk
vreemdelingonvriendelijk en de helft tegen de islam en de moslims.
In die vijf jaar is de boodschap over de verkeerde vreemdelingvriendelijkheid
en de falende integratie blijven rondwaren, in Den Haag en in het land. Hier hielp
geen parlementaire commissie Blok tegen die vaststelde dat zeker 70% van de immigranten
heel goed geïntegreerd is en dat we bij de integratie vooral te maken hebben
met een bestuurlijk en een professioneel probleem.
De kans is heel groot dat bepaalde personen met politieke
ambities ook het komende jaar zullen blijven hameren op het verkeerde van vreemdelingvriendelijkheid
en de zogenaamd falende integratie. Er komen verkiezingen aan en aan de rechterzijde
weet men nu heel goed dat een aansprekende kandidaat en een gelikte campagne met
veel TV goed kunnen zijn voor twintig à dertig zetels. Die laat je niet liggen.
Maar naar mijn mening is onze samenleving hier niet bij gebaat. Waar we wel wat aan hebben is samenwerking om van ons land iets te maken waar iedereen zich thuis voelt en een toekomst heeft.