Geachte heer Lubbers, beste mensen,

 

Een jaar geleden vroeg een goede autochtone vriend van me om een boek over allochtone jongeren in Nederland. Daardoor werd ik er met de neus op gedrukt dat zoín boek er eigenlijk nog niet was. Het beste wat er was, was Van Allah tot Prada. Dit is een bundel interviews met sleutelfiguren over jongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst. Verder was er:

Wat er dus niet was waren de meningen van de jongeren zelf.

Het laatste jaar is er wel wat veranderd. Er zijn in de loop van dit jaar verschillende studies gepubliceerd die gaan over wat jongeren, allochtoon en autochtoon, zelf vinden van dit land, hun steden, hun kansen en hun problemen. En ik bied er hier de studie ëJongeren en Integratieí aan. Hierdoor krijgen we, eindelijk mag ik wel zeggen, een beter beeld van de positie en perspectieven van jongeren, allochtoon en autochtoon, in Nederland.

Het was een bijzonder verrijkende ervaring om via internet, groepsgesprekken en gerichte interviews in contact te komen met ruim 300 jongeren, met name in Rotterdam-Zuid en Amsterdam-West. Dit waren een honderdtal ëautochtoneí jongeren en 200 tot 250 ëallochtoneí jongeren. Ik zet hierbij autochtoon en allochtoon uitdrukkelijk tussen aanhalingstekens, om twee redenen. De eerste reden is dat ëallochtooní en ëautochtooní foute en misleidende begrippen zijn. De tweede reden is dat 87% van mijn ëallochtoneí jongeren ook en even zo goed ëautochtooní zijn qua identificatie. Nederland is voor hen net zo belangrijk als bijvoorbeeld het land van herkomst of de landen van ouders en familie. Ik heb geprobeerd om de termen ëautochtooní en ëallochtooní te vervangen door minder foute begrippen, maar dat lukte niet. Vorige week stelde Iliass Harachioui van de Erasmus Universiteit in Contrast de term ëNeo-Nederlandse jongerení voor. Dat klinkt misschien niet zo gek.

Ik wil hier vooral mijn interessante resultaten over deze Neo-Nederlandse ëallochtoneí jongeren, die even zo goed ook ëautochtooní zijn, naar voren brengen en ter discussie stellen.

Het eerste en belangrijkste punt is, naast hun dubbele identificatie als ëallochtooní en ëautochtooní, dat integratie niet hun probleem is. Ze zijn geïntegreerd en positief gericht op de toekomst. Ze zijn bereid, als dat moet, om een extra tandje bij te zetten, bijvoorbeeld als ze tegen negatieve beeldvorming en discriminatie oplopen.

Het tweede punt is dat ze erop vertrouwen dat ze hun plek in de samenleving zullen vinden als ze doorleren en diplomaís halen. Misschien onderschatten ze hiermee het belang van netwerken en ervaring, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt. Ik zou zeggen: geef deze jongeren hun kans op basis van hun diplomaís. Die ervaring en netwerken komen dan van zelf wel. En discrimineer ze niet, want dat is fout en dom.

De Neo-Nederlanders hebben en houden wel hun binding met de cultuur en het geloof van thuis; ze zijn vaak ook vrij conservatief waar het gaat om algemene waarden, bijvoorbeeld op punten zoals uitgaan, gezinsvorming, seksualiteit en geloof. Kleding en kapsel kunnen opvallend zijn: hoofddoek, rasta, etc. Zij willen dat hun eigenheid gerespecteerd wordt en ze vinden dat de hele samenleving ermee gebaat is als hun eigenheid en dit conservatisme binnen ruime en redelijke grenzen gerespecteerd worden. Met natuurlijk als grens dat dit niet weer leidt tot niet te accepteren vrouwendiscriminatie, discriminatie van homoseksuelen, beperkte vrijheid van meningsuiting, jihadisme, etc.

Mijn laatste punt in deze korte toelichting bij de studie is dat er ook ëallochtoneí jongeren zijn die afstand nemen van Nederland en die zeggen te willen ëremigrerení naar het land waar ze geboren zijn of waar hun ouders en familie vandaan komen. Tot nu toe gaat het debat daarbij vrijwel altijd over jihadisme en de mogelijke radicalisering van ëallochtoneí jongeren die afstand zeggen te nemen van Nederland. Daar moeten we als samenleving natuurlijk alert tegenover staan, zoals dat geldt voor alle radicalisering van jongeren. Bij de meeste jongeren die afstand zoeken ten opzichte van Nederland ben ik echter niet bang voor gevaarlijke radicalisering. Ik denk dat ëhet buitenlandí voor allerlei jongeren, allochtoon of autochtoon, interessant kan zijn, als ëdreamí, als vestigingsplaats in de toekomst of als plek voor tijdelijk verblijf in verband met studie en werk. Jongeren, die dit willen en deze wil omzetten in daden, verdienen steun. Ze kunnen zich ontwikkelen tot uitstekende Nederlandse ambassadeurs in bijvoorbeeld Suriname, de Antillen, Marokko, Turkije, Irak, Afghanistan, China, Indonesië, etc.

Meneer Lubbers, het is me een eer u als eerste een exemplaar van het rapport Jongeren en Integratie te mogen aanbieden, met name vanwege uw uitstekende en gedurfde bijdragen aan het maatschappelijke debat over de multiculturele samenleving.

 

George Muskens

11-06-2008

Hogeschool InHolland, Rotterdam

Voor het rapport Jongeren en Integratie klik hier.

Voor samenvatting klik hier.