PERSBERICHT

02-11-2009

Altijd samen naar school?

Vergelijkend Europees onderwijsonderzoek in Nederland en negen andere Europese landen

DOCA Bureaus heeft geconstateerd dat Nederland in verhouding tot andere EU-landen risicoleerlingen relatief vaak uitsluit uit het reguliere onderwijs. Evenals Frankrijk en Duitsland scoort Nederland hoog op vier van de zeven indicatoren voor uitsluiting uit het reguliere onderwijs. Daarmee is Nederland dus geen land waar alle leerlingen altijd Œsamen naar school¹ gaan. Zeven andere Europese lan­den scoren beter op inclusief onderwijs.

Contactpersoon: George Muskens, M 0620760996, E info@docabureaus.nl

 

Dit is de uitkomst van een vergelijkende studie in tien Europese landen,[1] die on­der leiding van Dr. George Muskens van DOCA Bureaus is uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Het doel van het onderzoek is om na te gaan of en hoe in deze landen risicoleerlingen een plaats en perspectief bieden in het regu­liere onderwijs. Risicoleerlingen zijn leerlingen die het in het gewone onderwijs niet goed doen en leerlingen die het onderwijs in de gewone scholen verstoren of kunnen verstoren. Ze doen het niet goed bijvoorbeeld door grote taalachterstan­den of door lichamelijke en/of geestelijke beperkingen. Storend gedrag van risi­coleerlingen komt onder andere tot uiting in spijbelen, pesten, overlast of zelfs intimidatie.

De studie onderzocht wat scholen en beleidsmakers doen om ze samen met Œge­wone¹ leerlingen naar school te laten gaan en aan boord te houden als er echte problemen zijn. Het onderzoek heeft in ieder geval opgeleverd dat de mogelijk­heden daartoe in de praktijk heel groot en vaak veelbelovend zijn. Maar qua ef­fect en brede toepasbaarheid roepen de maatregelen en het beleid veel vragen op, mede omdat de evaluatieonderzoeken op dit punt vaak tekortschieten.

De vier indicatoren voor uitsluiting uit het gewone onderwijs waarop Nederland relatief hoog scoort zijn:

1.     Het gedeelde onderwijs voor 12 tot 15-jarigen in de onderbouw van het voortge­zet onderwijs. Alleen Duitsland en Nederland houden vast aan het systeem van (tamelijk) vroege selectie voor hogere en lagere schooltypen.

2.     Voortijdig school verlaten en schooluitval. Net als vrijwel alle andere West-Euro­pese landen scoort Nederland te hoog volgens de Europese normen. Wel mogen we constateren dat de Nederlandse Œaanval op de schooluitval¹ sinds 2005 zoden aan de dijk zet en dat verschillende Nederlandse maatregelen en praktijkvoor­beelden andere West-Europese landen zoals Spanje en Italië tot voorbeeld kun­nen strekken.

3.     Zitten blijven en doorverwijzing. Ook op dit punt behoort Nederland tot de groep van landen die hoog of nogal hoog scoort, samen met Frankrijk, Italië en Spanje. De andere landen houden de klassen bij elkaar, zeker tot en met de onderbouw van het voortgezet onderwijs en kennen geen of weinig tijdelijke opvangplaatsen voor (hele) lastige leerlingen of speciale taalklassen zoals Nederland en Frank­rijk.

4.     Speciaal onderwijs. Nederland behoort tot de groep landen waar relatief veel leer­lingen met een leerbeperking of handicap worden doorverwezen naar speci­ale scholen. Hier staat tegenover dat Italië, Schotland, Canada en Spanje bewij­zen dat het mogelijk is om vrijwel al deze leerlingen Œsamen naar school¹ te laten gaan, mits de scholen deze uitdaging aangaan en kunnen beschikken over de vereiste deskundigheid en middelen.

Nederland scoort goed op de volgende Œsamen-naar-school¹-punten:

1.     Zoals hierboven vermeld: de recente nationale Œaanval op de schooluitval¹, of­schoon Nederland nog zeker 10.000 voortijdige schoolverlaters boven de Euro­pese norm zit.

2.     De duur van de leerplicht van 5 tot 18 jaar, die schooluitval bemoeilijkt. Deze fac­tor wordt nu versterkt door de kwalificatieplicht tot 27 jaar. Op dit punt is Nederland uniek.

3.     De deelname in de voorschool educatie, die zeer hoog is door het begin van het ba­sisonderwijs met vier jaar en de bijna 100%-deelname onder driejarigen. Hier scoort Nederland met vijf andere landen positief.

4.     Bijzondere aandacht en maatregelen voor risicodoelgroepen als leerlingen uit kansarme milieus en kinderen met een migrantenachtergrond. In alle landen richten beleid en scholen zich op hun specifieke risicodoelgroepen.

DOCA heeft veertien onderzoeksrapporten aangeboden aan de Europese Com­missie, waaronder een vergelijkend studie en aanbevelingen voor inclusief onder­wijsbeleid in de Europese landen en tien nationale rapporten. De auteurs van het Nederlandse rapport zijn George Muskens en Dorothee Peters. Alle rappor­ten die zijn geschreven in het kader van deze studie kunnen worden ge­download van de website www.docabureaus.nl.

Voor informatie:

DOCA Bureaus,

Dr. George Muskens

Kerkstraat 27

4664 BN Lepelstraat

T 0164686755

M 0620760996

E info@docabureaus.nl

W www.docabureaus.nl

 



[1] Nederland, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Polen, Slovenië, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk