Het is heel mooi om van de kamerleden Aristotelische deugden te eisen zoals temperantia of zelfbeheersing. De NRC deed dit in zijn commentaar naar aanleiding van het kamerdebat woensdagavond en woensdagnacht. Er is daar echter geen of weinig ruimte voor, en dat niet alleen vanwege een minister die de kamer bruuskeert, en dat niet voor het eerst. De gewenste temperantia staat op gespannen voet met de spektakeldemocratie van de laatste jaren. Het politieke bedrijf holt van ene hype naar de andere, de TV laat dat zien en maakt er een eeuwige soap van en de kiezers garanderen met hun stem, dat het spektakel wordt voortgezet. Dit laatste punt moeten gematigde en nog redelijk jonge politieke leiders zoals Bos, Halsema, Rutte en Pechtold niet onderschatten. Het geldt ook voor de politieke persoon die voortdurend in de schijnwerpers van het spektakel staat, soms als redelijke compromisvinder (zoals gisteren) maar vaker als de Harry Potter die in Nederland de baas is (naar Lange Frans) - Balkenende.
De meeste kiezers in Nederland zijn hele gematigde en tamelijk tevreden mensen zijn, die weten dat de meesten onder ons tot de rijkste en veiligste groepen op de wereld op de wereld behoren. Dat is misschien wat saai en als je dat meegeeft in je politieke keuze dan wordt de politiek van de weeromstuit ook saai - weer saai, zoals de politiek saai was tijdens Lubbers III en Paars. Er waren grote en nauwelijks aanvechtbare compromissen tussen grote gematigde partijen om het land in redelijkheid en met temperantia te besturen, terwijl ook enkele hangende problemen werden opgelost (of niet). Voor de mensen is de politiek wel veel spannerder als je op de punt van je stoel aan de buis wordt gekluisterd, liefst tot diep in de nacht. Dat gebeurde plotseling op 11 september 2001, toen we life de vliegtuigen zich zagen storten op het World Trade Center, en daarna in en door de opkomst van Pim Fortuyn, het gemobiel van ministers tijdens de begrafenis van prins Claus, de euforisch makende uitslagen van het EU-referendum, het Verdonk-theater rond de verbanning van Ayaan Hirsi Ali, en ëpersoonsbashingí als verkiezingsstrategie. Never a dull moment, sindsdien.
Dit werkt verslavend, tot op zekere hoogte. Het getuigt dan van ëcalculerendí stemgedrag om zo te stemmen dat er geen saaie meerderheid in de kamer komt, bijvoorbeeld een stevige meerderheid voor een regering Bos I, of een stevige meerderheid voor een voortgezet kabinet Balkenende-Rutter-Zalm zonder Verdonk. De kiezers zorgen ervoor dat er geen stabiele meerderheid voor de hand ligt en verzekeren zich daarmee van nieuwe afleveringen van de politieke soap-series. Daar kun je van verzekerd zijn als je veel stemmen geeft aan Marijnissen en zijn SP, Wilders, Verdonk en, tot op zekere hoogte, Rouvoet, die naast uitermate gematigde en redelijke sociale en asielstandpunten de compromissen van de jaren negentig over abortus, euthanasie en homohuwelijk weer ter discussie wil stellen en moet stellen op basis van zijn orthodoxe beginselprogramma.
Het is heel lastig om in de spektakeldemocratie temperantia te betrachten. Voor zover ik kan zien hebben sommige politici dit zeker geprobeerd in de afgelopen maanden. Ik reken Bos en Halsema hiertoe, mede omdat hun verkiezingscampagnes erg gematigd en weinig spectaculair van start zijn gegaan. Pas gaandeweg hebben zij ëgeleerdí dat dat geen lekker TV-theater opleverde en dat ze nieuwe rollen moesten gaan spelen. Bos bijvoorbeeld, die uitdrukkelijk vroeg om een formatie met de SP en die daags na de verkiezingen zijn pardon-motie indiende. Hij zoende (!) Halsema toen de kamer hem in meerderheid bleek te volgen. Maar de kiezers hadden hem, Halsema en anderen al afgerekend op zijn onspectaculaire campagne.